Wat betekent SORT? Definities en afkortingen geleverd door Computerwoorden.nl.
computerwoorden.nl
Nederlands Computerwoordenboek - Een begrip in de ICT
Printlijst:
Home | Sitemap | Zoektips |

Resultaten woordenlijst:

Er zijn 1 zoekresultaten gevonden.

Woordenlijst:

SORT

Commando in MS-DOS. Leest invoer, sorteert gegevens en geeft het resultaat vervolgens op het scherm weer of schrijft dit naar een bestand of ander apparaat.

SORT
Syntax:
SORT [/R] [/+n] [/M kB] [/L landinstelling] [/REC record-bytes] [[station1:][pad1]bestandsnaam1] [/T [station2:][pad2]] [/O [station3:][pad3]bestandsnaam3]
Parameter Beschrijving
/+n Bepaalt het tekennummer, n, waarmee elke vergelijking begint. /+3 geeft aan dat elke vergelijking moet beginnen bij het derde teken op elke regel. Regels met minder dan n tekens worden ingevoegd voor andere regels. Standaard beginnen vergelijkingen bij het eerste teken op elke regel.
/L[OCALE] landinstelling Heft de standaardlandinstelling voor het systeem op met de opgegeven landinstelling. De landinstelling ""C"" geeft de snelste invoegvolgorde en is momenteel de enige optie. Het sorteren is niet hoofdlettergevoelig.
/M[EMORY] kilobytes Bepaalt de hoeveelheid hoofdgeheugen die wordt gebruikt voor het sorteren, in kilobytes. De hoeveelheid geheugen is minimaal 160 kB. Als de hoeveelheid geheugen wordt opgegeven, wordt precies die hoeveelheid gebruikt voor het sorteren, ongeacht hoeveel hoofdgeheugen beschikbaar is.
/REC[ORD_MAXIMUM] tekens Bepaalt het maximum aantal tekens in een record (standaard is 4096, maximum is 65535)
/R[EVERSE] Keert de sorteervolgorde om (sorteert van Z naar A en van 9 naar 0).
[station:][pad1] bestandsnaam1 Bepaalt welk bestand wordt gesorteerd. Als dit niet wordt opgegeven, wordt de standaardinvoer gesorteerd. Het opgeven van het invoerbestand is sneller dan het herleiden van hetzelfde bestand als standaardinvoer.
/T[EMPORARY] [station2:][pad2] Bepaalt het pad van de map die de tijdelijke opslag van het sorteren bevat, als de gegevens niet passen in het hoofdgeheugen. Standaard wordt de tijdelijke map van het systeem gebruikt.
/O[UTPUT] [station3:][pad3] bestandsnaam3 Bepaalt het bestand waarin de gesorteerde invoer wordt opgeslagen. Indien niet opgegeven, worden de gegevens opgeslagen in de standaarduitvoer. Het opgeven van het uitvoerbestand is sneller dan het herleiden van de standaarduitvoer naar hetzelfde bestand.