Besturingssysteem: Windows woordenboek - Computerwoorden.nl: Een begrip in de ICT!
computerwoorden.nl
Besturingssysteem: Windows woordenboek
Printlijst:
Home | Sitemap | Zoektips |

Windows

H-node-protocol

Een Windows-computer die is geconfigureerd tot een WINS-server gebruikt standaard het h-node-protocol (h staat voor hybride). Het h-node-protocol gebruikt evenals het m-node-protocol zowel broadcasts als point-to-point-communicatie, maar dan in de omgekeerde volgorde. Een h-node-computer probeert eerst of het IP-adres aanwezig is in de NetBIOS-naamcache. Als dat niet het geval is, neemt de host rechtstreeks contact op met de WINS-server. Als de WINS-server de naam niet kan omzetten, stuurt de computer maximaal 3 naamherkennings-broadcasts naar het lokale netwerk. Als de NetBIOS-naam daarna nog steeds niet is omgezet, kan de computer geconfigureerd worden voor het gebruik van de LMHOSTS- en/of HOSTS-bestanden en een DNS-server. Deze naamomzetting heeft de voorkeur, omdat de WINS-server, die meestal beschikt over de aangevraagde informatie, wordt geraadpleegd voordat er broadcasts worden verzonden. Hierdoor wordt het aantal broadcasts op elk netwerksegment beperkt. Als de WINS-server de naam om de een of andere reden niet kan omzetten, kan de host altijd nog lokale broadcasts versturen en het bestand LMHOSTS raadplegen om de NetBIOS-naam om te zetten.

HAL

  • Hardware Abstraction Layer
Het laagste niveau in de Windows Executive. Deze communiceert rechtstreeks met de hardware van het systeem en wordt specifiek ingesteld om de soort hardware in de server te adresseren. Verandert er iets in de hardware van de server, dan moet ook de HAL worden veranderd zodat deze nog steeds rechtstreeks met de hardware kan communiceren.

Hardware Abstraction Layer

  • HAL
Het laagste niveau in de Windows Executive. Deze communiceert rechtstreeks met de hardware van het systeem en wordt specifiek ingesteld om de soort hardware in de server te adresseren. Verandert er iets in de hardware van de server, dan moet ook de HAL worden veranderd zodat deze nog steeds rechtstreeks met de hardware kan communiceren.

Hardware Compatibility List

  • HCL
Een lijst met computers en randapparatuur die zijn getest op compatibiliteit met een product. De HCL van Windows 2003 bijvoorbeeld vermeldt hardware die met Windows 2003 is getest.

Hardwareprofiel

  • Hardware profile
Een verzameling kenmerken van de hardware die u bij het opstarten van Windows kunt kiezen. Zo kunt u in het ene profiel de netwerkkaart uitschakelen of zelfs de installatie van de driver ongedaan maken, en de netwerk in het andere profiel volledig gebruiken. Standaard wordt er tijdens de installatie van Windows Profiel 1 gemaakt, maar die naam kunt u wijzigen.
Binnen Windows kunt u meerder profielen maken.
Binnen Windows kunt u meerder profielen maken.

HCL

  • Hardware Compatibility List
Lijst van hardware die is getest met bepaalde software of een bepaald apparaat.

Help key

  • Hulptoets
Een toets op het toetsenbord waarmee u de Help van een programma kunt oproepen. Onder Windows is dit standaard de F1-toets.

Herhaling

Een van de drie belangrijkste aspecten bij DNS-naamomzetting. Een lokale naamserver zorgt zelf voor de verwerking en geeft alleen herhaalde omzettingsverzoeken aan andere naamservers door. Een herhaald omzettingsverzoek vertelt de naamserver dat de verzoeker het beste antwoord verwacht dat de naamserver kan geven zonder hulp van andere naamservers. Als de naamserver de gevraagde gegevens heeft, worden deze teruggestuurd. Is dat niet het geval, dan worden verwijzingen teruggestuurd naar naamservers die het antwoord waarschijnlijk wel kunnen geven.

Hibernate

  • Hibernation
  • Slaapstand
Hibernate mode laat de computer uitschakelen op een manier waarbij het systeem na het opstarten exact zo terugkomt als voor het afsluiten � inclusief open programma's en documenten.

HINFO-record

  • Host Information Record
DNS-record. Informatie over een computer-type en besturingssysteem. Deze informatie wordt tegenwoordig eigenlijk niet meer opgegeven omdat ze vaak misbruikt wordt door hackers en verder weinig nut heeft.

HKEY_CLASSES_ROOT

  • HCR
Registry-item. Dit item bevat configuratie-informatie die wordt gebruikt door Windows Explorer (Windows Verkenner) om de bestandstypen correct te koppelen met de toepassingen.

HKEY_CURRENT_CONFIG

  • HCC
Registry-item. Dit item bevat de configuratie van het hardware-profiel dat tijdens het starten van het systeem wordt gebruikt.

HKEY_CURRENT_USER

  • HCU
Registry-item. Dit item bevat de configuratie-informatie van de gebruiker die aangemeld is op de computer. Dit item is een subitem van de HKEY-USERS-toets.

HKEY_DYN_DATA

Hoofdsleutel in de Registry van Windows 9x, wordt niet gebruikt onder Windows NT/2000/XP. Houdt belangrijke gegevens achter de hand, die tijdens het gebruik snel moeten worden aangeboden. Daarom worden deze gegevens in het werkgeheugen van de computer gespiegeld, zodat Windows snelle toegang zonder vertragingen door harddiskbenaderingen kan waarborgen. Bij een backup van het register wordt deze tak niet veiliggesteld.

HKEY_LOCAL_MACHINE

  • HLM
Registry-item. Dit item bevat configuratie-informatie van de hardware. Deze computerconfiguratie wordt gebruikt, ongeacht welke gebruiker is aangemeld.

HKEY_USERS

  • HU
Registry-item. Dit item bevat de configuratie-informatie van alle computergebruikers.

Hoofddomein

  • Masterdomain
In het hoofddomeinmodel is dit het domein dat door alle andere domeinen in het netwerk wordt vertrouwd en als de centrale administratieve eenheid voor gebruikers- en groepsaccounts fungeert.

Hoofdnaamserver

  • PDC
Een hoofdnaamserver is een naamserver die een zonelijst verschaft aan een secundaire server (BDC). Het kopiëren van een zonelijst wordt 'zone-overdracht' genoemd. Secundaire servers worden geconfigureerd om hoofdservers aan te roepen om een zone-overdracht te starten.

Hoofdoverzichtsserver

  • DMB
  • Domain Master Browser
Een soort netwerknaamserver die een overzicht bijhoudt van alle servers en domeinen in het netwerk. Een overzichtsserver is in Windows-netwerken die lijsten met beschikbare bronnen bijhoudt en periodiek kopieën stuurt naar subnetten in hetzelfde domein.

HOSTS troubleshooting

Als er bij een opdracht PING de host niet wordt bereikt met behulp van het HOSTS-bestand, kan de volgende oorzaken het probleem zijn:
  1. Het HOSTS-bestand staat in de verkeerde directory. Zoals u weet moet het HOSTS-bestand op de Windows NT-host zich bevinden in de volgende directory: systeemhoofddirectory\system32\drivers\etc. Die directory bevat een voorbeeldbestand. Als u dat bestand gebruikt om uw eigen HOSTS-bestand te maken, moet u de extensie SAM verwijderen. Zorg er ook voor dat de editor die u gebruikt geen extensie aan het bestand toevoegt.
  2. Het HOSTS-bestand bevat verscheidene vermeldingen voor een bepaalde hostnaam en bij de eerste hostnaam in het bestand wordt een onjuist IP-adres vermeld. Als het HOSTS-bestand vaak wordt bijgewerkt, kan het snel groeien. Daardoor is het mogelijk dat een bepaalde host verschillende keren voorkomt in hetzelfde bestand. In dat geval wordt de eerste vermelding van de hostnaam gebruikt om het IP-adres te achterhalen, ongeacht of het IP-adres dat aan die naam gekoppeld juist is of niet. Als u een vermelding toevoegt aan een groot bestand, kunt u het best eerst met de opdracht Zoeken controleren of de vermelding al voorkomt in het bestand, en zo ja, of die vermelding correct is.
  3. De vermelding in het HOSTS-bestand bevat een onjuist IP-adres of een spelfout. Dit is een van de lastigere problemen. U kunt de opdracht Zoeken in Kladblok (of een andere teksteditor) gebruiken om de foutieve vermelding te zoeken en te verbeteren.

Hosttabel

De bestanden Hosts en Lmhosts. Deze bevatten de toewijzingen van bekende IP-adressen aan hostnamen.

HSM

  • Hierarchical Storage Management
Functie in Windows NT 5/Windows 2000. Een data-opslagsysteem dat automatisch data van veel kostende naar goedkopere media overzet, volgens parameters die de administrator kan ingeven.

Hydra

Codenaam voor multi-user versie van Windows NT. Deze versie maakt het mogelijk om gebruikers te voorzien van een Windows-terminal die zelf niet in staat is applicaties uit te voeren, maar alleen een interface vormt voor applicaties die op de server draaien. Dit is de optimale versie van een goedkope thin client en vergt geen beheer op de werkplek. Wanneer de multi-user versie klaar is, biedt Microsoft met gewone PC's, NetPC's en Windows-terminals verschillende alternatieven op de werkplek, op basis waarvan bedrijven zelf de juiste balans kunnen maken tussen functionaliteit en beheerskosten. In elk geval kunnen ze allemaal Windows-applicaties draaien en, met behulp van een browser ook Java-applicaties.