Novell woordenboek - Computerwoorden.nl: Een begrip in de ICT!
computerwoorden.nl
Novell woordenboek
Printlijst:
Home | Sitemap | Zoektips |

Novell

I

  • Indexed
Bestandsattribuut van Novell Netware. Dit wordt geplaatst bij grote bestanden, de server zal deze bestanden hierdoor sneller vinden.

IEEE 802.2

  • Ethernet 802.2
Dit frametype is sinds Netware 3.12 standaard geworden. Dit frametype is een uitgebreide versie van het 802.3 frametype. Ingebouwd is Logical Link Control om verbindingen en sessies te kunnen onderhouden. Tevens is er ruimte om informatie over het meegestuurde pakket te plaatsen en dat wordt onder andere gebruikt voor het NCP security signature oftewel een ingebouwde veiligheid van Novell Netware.

iFolder

Een bestandssynchronisatieprogramma dat ge´┐Żnstalleerd wordt op een Novell of Linux-server. Om contact te maken met een iFolder-server, is op de werkplek een iFolder-client nodig. De client zorgt ervoor dat op basis van de loginnaam een directory automatisch gesynchroniseerd wordt met de server, zodat de bestanden altijd up-to-date blijven.
Aanmeldscherm voor de iFolder.
Aanmeldscherm voor de iFolder.

Indexed

  • I
Deze vlag wordt in een Novell netwerk gezet bij bestanden die zo groot zijn dat ze meer dan 64 FAT ingangen gebruiken. Op deze manier kan de toegang tot het bestand versneld worden. De I-vlag wordt automatisch gezet.

INT2F.COM

Bootfile van Novell Netware. Wordt gebruikt om IBM-werkstations met een MCA-architectuur (modellen 50, 60, 70 en 80 uit de IBM-PS/2-serie) geschikt te maken om in een netwerk te functioneren.

Internal Network Number

Het netwerkadres van een Novell NetWare netwerk.

IPX

  • Internetwork Packet eXchange
Het overdrachtsprotocol van Novell voor zijn netwerken. Een protocol dat de gegevensuitwisseling binnen meerdere netwerken mogelijk maakt. IPX is gebaseerd op Xerox Corporation's Internetwork Packet Protocol. Afgeleid van Xerox Network Systems (XNS), Internet Datagram Protocol (IDP). IPX werkt met netwerkadressen en is verantwoordelijk voor de communicatie van de processen binnen een node.

IPX internal network number

Een nummer dat uniek een NetWare server identificeert. Het nummer staat in hexadecimaal formaat en kan één tot acht cijfers lang zijn.

IPX network number

Een nummer dat uniek een segent van het transmissiemedium (doorgaans een kabelsysteem) identificeert. Dit is een hexadecimaal nummer één tot acht cijfers lang kan zijn.

IPX.COM

Bootfile van Novell Netware. Dit bestand wordt uitgeveord tijdens de opstartprocedure en zorgt ervoor dat het IPX protocol geladen wordt.. Wanneer geen speciale opties worden aangegeven worden standaard instellingen gebruikt.

IPX/SPX

  • Internetwork Packet eXchange/Sequenced Packet eXchange
De volledige naam van het overdrachtsprotocol van Novell. Windows NT past IPX/SPX via NWLink toe.

IRM

  • Inherited Rights Mask
De rechtenstructuur van Novell Netware, bestaande uit SRWCEMFA:
  1. Supervisor:
    Totale controle over de directory. Alleen de supervisor of iemand met deze rechten kan rechten toekennen aan gebruikers.
  2. Read:
    Het recht om bestanden te openen, dit houdt in dat men bestanden kan openen of programma's laten draaien.
  3. Write:
    Het recht om bestanden te bewerken, als dit bestand nog niet bestaat is het create recht ook nodig.
  4. Create:
    Het recht om bestanden of directory's aan te maken. Dit recht is ook nodig als er een bestand moet worden gekopieerd.
  5. Erase:
    Het recht om bestanden te wissen of een subdirectory te wissen.
  6. Modify:
    Het recht om bestands- of directoryattributen te wijzigen.
  7. File Scan:
    Het recht om de inhoud van de directory te bekijken.
  8. Access Control:
    Het recht om anderen rechten toe te kennen in een directory, het Supervisorrecht kan niet worden toegekend. Wel kan hiermee het IRM worden gewijzigd.
Voor de directory's waarin programma's staan worden meestal de rechten Read en File Scan gegeven, zo kunnen de gebruikers wel programma's starten en directorystructuren bekijken, maar kunnen niets met de bestanden zelf doen.
Het IRM geeft aan op welke manier de rechten aan een onderliggende subdirectory worden doorgegeven.