Netwerk woordenboek - Computerwoorden.nl: Een begrip in de ICT!
computerwoorden.nl
Netwerk woordenboek
Printlijst:
Home | Sitemap | Zoektips |

Netwerk

Object

Een object kan een representatie zijn van een netwerk resource in een directory.

Object management

Een van de drie niveaus van netwerkmanagement, vaak met een specifiek door de leverancier geschreven programma.

OC-x

  • Optical Carrier level
De Syncronous Optical Network (SONET) bevat een set van signaalwaardes voor het versturen van digitale signalen via een glasvezelkabel.
  • OC-1: 51.84 Mbps (standaard)
  • OC-2: twee keer zo snel als de standaard waarde
  • OC-3: drie keer zo snel als de standaard waarde
  • en zo verder...
De meest gebruikte waardes zijn: OC-1, OC-3 (155.52 Mbps), OC-12 (622.08 Mbps) en OC-48 (2.488 Gbps). ATM gebruikt enkele van deze waardes.

Octaal

  • Octal
Notatie in het achttallige talstelsel, dat de cijfers 0 tot en met 7 gebruikt. De waarde 8 wordt voorgesteld als 10.

Offline Address Book

  • OAB
Een kopie van (een deel van) de Global Address List (GAL) die op de server staat. Deze kopie is opgeslagen op de computer van een client. Een OAB stelt een client in staat berichten te adresseren terwijl er geen verbinding met de server is.

Offset

Het adres binnen een segment, d.w.z. het aantal bytes vanaf het begin van het segment.

Online

  • Vaste e-mailgebruiker
Bij personen: iemand die actief is op een netwerkcomputer. Ook wel: via e-mail bereikbaar persoon.

Open Datalink Interface

  • ODI
Een software interface voor transportprotocollen, die dient ter voorkoming van sharingconflicten op netwerkkaarten. Hierdoor wordt het mogelijk om meerdere protocollen tegelijkertijd op dezelfde netwerkkaart te gebruiken. Dan is het dus mogelijk om IPX/SPX (Novell) te gebruiken naast TCP/IP. Men kan dan met verschillende servers tegelijkertijd communiceren. Het is een specificatie die gedefinieerd is door Novell en Apple om de ontwikkeling van stuurprogramma's te vereenvoudigen en om ondersteuning te bieden voor meerdere protocollen op één netwerkadapterkaart. Net als in vele opzichten bij NDIS (Network Driver Interface Specification) het geval is, kunnen bij ODI stuurprogramma's voor Novell Netware worden geschreven zonder dat men zich hoeft te bekommeren om de vraag welk protocol zal worden gebruikt.

Open Systems Interconnection

  • OSI
  • Open Systems Interconnection reference model
Herziening op het oorspronkelijke OSI (1984) welke is uitgegroeid tot een internationale standaard. OSI is een model van netwerken/communicatie, ontwikkeld door de International Standards Organization, waarbij de functies van het netwerk in zeven lagen (layers) zijn onderverdeeld. Elke hogere laag maakt gebruik van de daaronder liggende lagen:
  1. applicatie;
  2. presentatie;
  3. sessie;
  4. transport;
  5. netwerk;
  6. data link;
  7. fysische link.

Optic Fiber

  • Glasvezelkabel
Glasvezel is een medium dat al jaren sterk in opkomst is. Glasvezel, of glasfiber, bestaat uit een kern van lichtgeleidend materiaal en een mantel van een ander materiaal. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de kern niet van glas; meestal wordt een kunstvezel gebruikt. De vezel is een lange, lichtgeleidende buis met rondom een spiegelwand. Een lichtstraal die in de kern valt, zit daarin als het ware gevangen. Glasvezel kan zowel voor analoge als voor digitale signalen worden gebruikt en heeft een grote bandbreedte. Het aantal toepassingen van glasvezel neemt nog altijd toe. Telefoonverkeer tussen grote centrales verloopt vrijwel zonder uitzondering via glasvezelverbindingen. Glasvezel wordt regelmatig toegepast bij lokale computernetwerken, meestal als verbinding tussen meerdere netwerken, de zogeheten ´┐Żbackbone'.

OSI (reference model)

  • Open Systems Interconnection
  • OSI-model
Open System Interconnection reference model; een model van netwerken/communicatie ontwikkeld door de International Standards Organization, waarbij de functies van het netwerk in zeven lagen (layers) zijn onderverdeeld. Elke hogere laag maakt gebruik van de daaronder liggende lagen. De zeven lagen zijn:
7. Applicatielaag
6. Presentatielaag
5. Sessielaag
4. Transportlaag
3. Netwerklaag
2. Datalinklaag
1. Fysieke laag

OSPF

  • Open Shortest Path First
OSPF is een verbindingsalgoritme, afgeleid van het OSI Intermediate System-to-Intermediate System (IS-IS) routeringsprotocol voor gebruik tussen domains. Routering van verbindingen vereist meer verwerkingscapaciteit in vergelijking tot distance-vector-routering, maar geeft meer controle over het routeringsproces en reageert sneller op veranderingen. Het Dijkstra-algoritme wordt toegepast om de optimale routes te berekenen op basis van het aantal hops (het aantal routers dat het pakket moet passeren om op de plaats van bestemming aan te komen), de lijnsnelheid, het netwerkverkeer en de benodigde inspanning.

OSPF voorzieningen

Een lijst van de voorzieningen en functies van OSPF:
  1. Het is mogelijk om aan elke koppeling een eigen kostenplaatje toe te wijzen.
  2. Het maximum aantal sprongen is 65.535.
  3. Elk knooppunt onderhoudt een tree-database van de netwerkpaden, met zichzelf als hoofddirectory.
  4. Als er verschillende paden zijn die allebei even snel, betrouwbaar en goedkoop zijn, wordt de belasting evenwichtig verdeeld over die paden.
  5. De routingtabellen worden alleen uitgezonden als er wijzigingen zijn opgetreden.
  6. De wijzigingen worden alleen doorgegeven aan aangrenzende routers, die het bericht vervolgens weer doorgeven aan aangrenzende routers, enzovoort. (Deze 'vertel-het-een-vriend-methode' vermindert de invloed op het prestatievermogen.)


OSQL

OSS

  • Operation Support System
Systeem voor ondersteuning van het netwerk, inclusief netwerk-engineering en planning, installeren en onderhouden, netwerkcontrole en -beheer.

Outlet

Aansluiting op een patchpaneel voor werkplekken.