Audio woordenboek - Computerwoorden.nl: Een begrip in de ICT!
computerwoorden.nl
Audio woordenboek
Printlijst:
Home | Sitemap | Zoektips |

Audio

DAB

  • Digital Audio Broadcasting
Norm voor het uitzenden van radio signalen. De signalen zijn alleen te ontvangen op een DAB-ontvanger.
DAB-ontvanger van Yamaha.
DAB-ontvanger van Yamaha.
Logo van Digital Audio Broadcasting.
Logo van Digital Audio Broadcasting.

DAT

  • Digital Audio Tape
Bandje van 4 mm voor digitaal geluid. Hetzelfde bandje wordt ook gebruikt voor data en heet dan DDS. Op de tape wordt het digitale signaal opgeslagen. Omdat het signaal digitaal is, treedt er geen kwaliteitsverlies op, ook niet na herhaaldelijk afspelen.

dB

  • Decibel
Eentiende bel. Een logaritmische maateenheid voor de verhouding tussen twee krachten, bijvoorbeeld voor signaalversterkers of de signaal/ruis-verhouding. Dit is tien keer de logaritme uit de verhouding van het uitgangsvermogen en het ingangsvermogen van een schakeling.

dBFS

  • Decibel Full Scale
Wordt alleen gebruikt op het gebied van digitale audio. Volledige amplitude betekent altijd digitale volledige modulatie (+32.767/-32.786 bij een 16-bits resolutie).

dBm

Aanvullende aanduidigen veranderen de relatieve waarde van de dB (decibel) in een absolute waarde met een referentiepunt.

DCC

  • Digital Compact Cassette
Cassettesysteem van Philips. DCC is een medium waarop audio-informatie digitaal wordt opgeslagen. De kwaliteit van muziek op een DCC is gelijk aan die van cd. De cassette heeft hetzelfde formaat als een muziekcassette. Een DCC-cassettedeck kan ook de standaard muziekcassette afspelen.
Een DCC-cassettedeck van Philips.
Een DCC-cassettedeck van Philips.

DD

  • Dolby Digital
Een techniek waarmee meerkanaalsgeluid wordt opgeslagen. In plaats van Dolby Digital wordt vaak de term AC-3 gebruikt. AC-3 is de methode waarmee het meerkanaals Dolby-geluid wordt gecomprimeerd, om zo minder ruimte in te nemen. Een Dolby Digital-track kan één tot zes kanalen bevatten. Bij zes kanalen spreken we overigens van 5.1. Dit komt omdat er dan 5 volledige kanalen en 1 subwoofer-kanaal (LFE ofwel Low Frequency Effect) beschikbaar is.
  1. Dolby Digital 1.0
    Normaal mono geluid
  2. Dolby Digital 2.0
    Bevat stereo en/of digitale Dolby Surround informatie b, welke met een Dolby ProLogic decoder kan worden omgezet in vier kanalen. Vaak zijn een eventuele tweede en derde taal op een DVD van dit formaat, omdat het minder ruimte inneemt dan Dolby Digital 5.1
  3. Dolby Digital 3.0
    Wordt bijna nooit gebruikt. Hierbij worden alleen links, rechts en center gebruikt
  4. Dolby Digital 4.0 of 4.1
    Links, rechts, links surround en rechts surround, al dan niet met subwoofer kanaal, maar zonder center. Ook mogelijk bij DD 4.0 is links, center, rechts, en mono surround.
  5. Dolby Digital 5.0 of 5.1
    Vijf volledige kanalen (links, center, rechts, links surround en rechts surround) al dan niet met een subwoofer kanaal. Dolby Digital 5.1 is het meest gebruikte geluidssysteem bij DVD's.

Declicking

  • Declicker
Automatisch verwijderen van ongewenste kraak- en tikgeluiden.

Delay

Filter dat de stijgtijd van een muziekinstrument kan nabootsten.

Denoisen

  • Denoiser
Automatisch verwijderen van ongewenste ruis. Deze analoge methode werkt met een filter dat de hoge frequentiegebieden die waarschijnlijk ruis zullen veroorzaken afzwakt, wat deels afbreuk doet aan de signaalkwaliteit. Digitaal: een algortime test de signaalruis (noise print) op digitale wijze op een plaats waar zich geen bruikbaar signaal bevindt en filtert ten slotte de ruis uit het totale signaal.

Differential PCM

  • Differenti´┐Żle pulscodemodulatie
Compressiemethode voor audio, waarbij niet de gedigitaliseerde amplitude als uitvoer wordt meegegeven, maar het verschil tussen de actuele waarde en de vorige.

Digital Audio Extraction

  • DAE
Het digitaal kopiëren van cd-tracks, zonder dat het geluid eerst naar analoog geluid omgezet wordt.

Digital Payload

Techniek van Digital Software voor het legaliseren van MP3-bestanden. De verspreiding van MP3-bestanden via internet is leuk voor de consument, maar niet voor de rechthebbenden. Door advertenties in het bestand in te sluiten kunnen inkomsten voor de rechthebbenden gegenereerd worden.

Digitised speech

Een gedigitaliseerd spraaksignaal dat afgespeeld kan worden via de geluidskaart van een computer.

DIN-connector

  • DIN-plug
Een connector die 3, 5, 7 of 8 pinnen kan hebben en die is genormaliseerd door het Duitse Normalisatie Instituut. De meest gebruikte DIN-connector heeft 5 pinnen en wordt gebruikt bij (oude) luidsprekers, MIDI-bekabeling en toetsenborden. Een DIN-connector kan, dankzij een speciale uitsparing, alleen op de goede manier worden ingestoken.
DIN-connector voor audio-kabels.
DIN-connector voor audio-kabels.

DMA-kanaal

  • Direct Memory Access kanaal
Via een DMA-kanaal kan een randapparaat (bijv. een geluidskaart) rechtstreeks toegang tot het geheugen krijgen, zonder tussenkomst van de processor.

DMB

  • Multimedia Broadcasting
Digitale radio-uitzendingen.

Dolby

Methode om ruis uit een signaal te filteren door het frequentiebereik van de hoge tonen te verlagen.

Dolby digital

Audionorm, waarbij afzonderlijke geluidssignalen apart worden aangestuurd. Dolby digital is de opvolger van Dolby prologic.
Logo van Dolby Digital.
Logo van Dolby Digital.

Dolby Pro Logic

Decodering waarbij via digitale techniek de vier kanalen (links, rechts, center en surround) uit een in Dolby Pro Logic vastgelegde speelfilm of audio-cd worden gereproduceerd.

Dolby Pro Logic II

Werkt net als Dolby Pro Logic met een tweekanaals bron, maar kan hier 5.1-geluid uit reproduceren. De surroundkanalen zijn hier wel stereo en de subwoofer kan apart aangestuurd worden. Ook het frequentiebereik is verbeterd. Dolby Pro Logic II wordt voornamelijk voor televisie gebruikt.
Logo van Dolby Surround Pro Logic II.
Logo van Dolby Surround Pro Logic II.

Dolby Stereo

  • Dolby Surround
Techniek voor meerkannaalsgeluid, welke in bioscopen wordt/werd toegepast. Bij Dolby Stereo wordt in twee stereo kanalen een derde - surround - kanaal gecodeerd door middel van faseverschuiving van het geluid.

Dolby Surround

Met stereo-techniek compatibele quadrofoniemethode, waarbij vier kanalen (links, midden, rechts, surround) als pseudostereosignaal worden doorgegeven.

Double stereo

Quadra-phonics geluid 3: standaard voor vierkanaalsgeluid.

DRC

  • Dynamic Range Compression
Een AC3-spoor bevat een heel groot dynamisch gebied waar de meeste audio-apparatuur niet mee om kan gaan. Vandaar dat de meeste dvd-spelers en software het dynamische gebied iets comprimeren. Het volume zal dynamisch worden verhoogd; bijvoorbeeld explosies worden niet of nauwelijks luider, terwijl het volume van normale gesprekken aanzienlijk toeneemt.

DSD

  • Direct Stream Digital
Opnametechniek gebruikt bij SACD-schijfjes. De analoog-naar-digitaal converter (ADC) neemt 2,8 miljoen samples per seconde, wat 64 keer beter is dan bij een gewone CD.

DSP

  • Digital Signal Processor
Chip waarmee digitaal zeer snel een signaal geanalyseerd kan worden. Deze processoren zijn speciaal ontworpen voor het verwerken van analoge signalen. Ze kunnen slechts een beperkt aantal instructies verwerken, maar ze zijn wel zeer snel. Iedere geluidskaart beschikt over deze chip, die - afhankelijk van het type - bepaalt hoeveel verschillende geluiden er tegelijkertijd kunnen klinken. De meest gebruikte DSP-chip (van Yamaha) kan zo'n elf tot twintig stemmen tegelijk verwerken. Ook zorgt de DSP-chip voor effecten zoals chorus en reverb.

DTS

  • Digital Theater Systems
Digitale compressiemethode voor meerkanaalsaudio. Komt in de basis overeen met Dolby Digital. Meestal wordt ook gebruikt gemaakt van 5.1 kanalen, alleen het verschil met Dolby Digital is dat de compressie van het geluid minder drastisch is. Dolby Digital's AC-3 compressie comprimeert het geluid maar liefst vier keer zoveel als het compressie-systeem van DTS. Het resultaat is dat DTS een beter dynamisch bereik en een betere geluidskwaliteit ten gehore kan brengen.
DTS-logo.
DTS-logo.

DTS ES

  • Digital Theatre Systems ES
DTS ES is een toevoeging op DTS, waarbij het DTS ES signaal een achter-center kanaal wat door middel van matrix codering aan de achterkanalen is toegevoegd. Het achter kanaal is opgenomen in de twee surround kanalen.

DTS ES 6.1

Norm van DTS waarbij 6 discrete kanalen worden gebruikt. Hiervoor is een zesde kanaal toegevoegd wat door de DTS 5.1 decoders niet gebruikt kan worden. DTS ES 6.1 is beter dan DTS ES omdat het hier om een echt kanaal gaat en niet om een kanaal die aan twee bestaande kanalen is toegevoegd.

Dynamiek

Het normaliter in dB opgegeven gebied tussen basisruis en overmodulering. Alleen het bereik tussen nominaal niveau en basisruis kan echter reëel worden gebruikt.

Dynamisch bereik

Beschrijft het verschil tussen de lichtste toon (dmin) en de donkerste toon (dmax) in een afbeelding. Dynamisch bereik verwijst ook naar de mate waarin een apparaat in staat is subtiele wijzigingen in de toon te reproduceren en naar het verschil tussen de donkerste en de lichtste tonen die een apparaat kan detecteren.